Luku 5 · 5.6
TXT-records voor verificatie (Google, Microsoft en anderen)
Tätä artikkelia ei ole vielä käännetty. Luet hollanninkielistä versiota.
Veel diensten willen weten of een domein echt van jou is voordat je het kunt gebruiken: Google Search Console, Microsoft 365, Google Workspace, Facebook, nieuwsbriefdiensten en webwinkelplatforms. Ze vragen je dan een TXT-record met een code in je DNS te zetten. Daarna controleren ze of die code er staat.
Een TXT-record toevoegen
- Open DNS Beheer en kies het juiste domein.
- Klik op RECORD TOEVOEGEN.
- Kies bij Vermelding Type voor TXT.
- Bij Naam (1) staat al je domeinnaam met een punt erachter, zoals jouwdomein.nl.: dat is het domein zelf. Vraagt de dienst om een TXT-record op @ of op je domein, laat het dan zo staan. Vraagt de dienst om een naam als _github-challenge-jouwbedrijf, vervang de inhoud dan door die naam, zonder je domeinnaam erachter.
- Laat TXT Record Type (2) op Gewoon staan.
- Plak bij Waarde (3) de code, bijvoorbeeld google-site-verification=abc123... of MS=ms12345678.
- Klik op TOEVOEGEN.

Ga daarna terug naar de dienst en klik daar op controleren of verifiëren. Lukt het niet meteen, wacht dan een kwartier en probeer het opnieuw.
Goed om te weten
- Meerdere TXT-records mogen. Je kunt zoveel verificatierecords naast elkaar hebben als je wilt, ook met dezelfde naam. Alleen voor SPF geldt: maximaal één (zie SPF instellen en aanvullen).
- Aanhalingstekens hoef je niet te typen. DirectAdmin zet ze er zelf omheen.
- Na de verificatie mag het record meestal blijven staan. Sommige diensten controleren het later opnieuw.
- Vraagt de dienst om een CNAME-record in plaats van een TXT-record? Kijk dan in CNAME-records en de punt aan het eind.
